Jozef!

18 December 2022 - Preek - Hervormde Gemeente Oost

Vandaag, dat hoorde u, gaat het over Jozef en Maria. En vandaag beschouwen we de geschiedenis van die twee als een echt liefdesverhaal. Ja, werkelijk, dat gaan we doen. En dat doen we niet zomaar. Je zult zien: daar is alle reden toe.
Maar meestal zien we dat niet zo. Als je bijvoorbeeld eens kijkt naar hoe Jozef meestal werd afgebeeld in de kunst. Als een oude man en vol zorgen. In gedachten, met z’n hoofd in zijn handen; zo kun je hem zien zitten op zo’n klassiek schilderij. En bijna altijd zit Jozef wat afzijdig. Alsof hij er niet echt bij is. Zo werd Jozef gezien. En dat heeft toch invloed op ons, op hoe wij Jozef zien.
Maar vandaag vertelt het evangelie van Matteüs ons een love-story. Het verhaal van Jozef en Maria. Als u bij een liefdesverhaal denkt aan een suikerstok-zoete vertelling, dan moet ik u waarschuwen. Matteüs maakt in de eerste regels van het evangelie dat zijn naam draagt meteen duidelijk dat het in de liefde niet altijd soepeltjes gaat of vanzelf. Het is niet altijd mooi. Nee, in de liefde worden fouten gemaakt, zijn er teleurstellingen, in de liefde is trouw hard nodig, maar ook durf, moed, opstandigheid. Om dat geheel te laten zien, opent het evangelie met een indrukwekkend genealogie, zodat duidelijk wordt dat Jezus, die geboren zal worden, ingebed is in een traditie van formaat. Een traditie, dat wel, die ook de rafelranden onder ogen ziet.

Ook in onze tijd zijn sommige mensen op zoek naar hun eigen afstamming. Waar kom je vandaan? Wie waren jouw voorouders? Hoe leefden zij, de ouders van jouw ouders? En daarvan de ouders weer en ga maar verder terug. Kan dat soms iets zeggen over jou en jouw leven?

Als u vorige week naar de kerk bent geweest in Hoorn, dan heeft u het bijzondere verhaal van Rachab gehoord, zoals het verteld werd door onze voorganger van de derde adventszondag, pastor Janni Doeven. Rachab komt ook namelijk voor in de lijst personen, die vooraf gaan aan Jezus, de lijst waarmee Matteüs zijn evangelie laat beginnen. Rachab is de naam een niet-Joodse vrouw uit de Kanaänitische stad Jericho. Zij komt voor in de lijst van Matteüs met voormoeders van Jezus. Tamar staat er ook in. Van haar wordt in de Bijbel verteld dat ze nadrukkelijk haar recht opeist om zwanger te worden, ook al is haar man overleden. En Batseba staat in de lijst, ze wordt hier in deze afstamming nadrukkelijk de vrouw van Uria genoemd. Het was koning David die een oogje op Batseba liet vallen. Haar man Uria, die in het leger werkzaam was, werd door koning David op een gevaarlijke plek naar het front gestuurd, waardoor hij sneuvelde en David, voor z’n eigen gevoel althans, verder z’n gang kon gaan. Deze voormoeder heeft het evangelie in de lijst van voorouders van Jezus opgenomen.  

En zo, door middel van deze lijst krijgen we een indruk van een, in sommige opzichten nogal hobbelige en ongeplaveide weg. Maar, zegt Matteüs, het juist deze weg, deze kasseien straatweg, dit geitenpaadje, dat ons uiteindelijk zal leiden naar de geboorte van Jezus. Het gaat er, ook in de Bijbel, niet zo standaard aan toe, als we misschien denken. Maar zo gaat het meestal ook niet in ons eigen leven. Wie beter kijkt, ziet dat tradities doorbroken worden, dat richtingen kunnen veranderen en dat het kan, dat er nieuwe ongehoorde dingen kunnen gebeuren. Soms, dat is het ook, soms verliest het ‘zo hoort het nu eenmaal’ of ‘zo hadden we het ons van tevoren voorgesteld’ alle kracht. En komt de redding juist uit de hoek, waarvan je het nooit had verwacht. Het is de kracht van de Bijbel dat zij ons leert om dat niet, dat nooit te vergeten.

Kijk, Jozef, zo vertelt het verhaal, wil eigenlijk liever vluchten. Jozef kan slecht tegen stress en raakt gemakkelijk in paniek. Want dat gezin dat dreigt te ontstaan, bestaande uit Jozef en een veel jongere Maria, die god mag weten hoe, zwanger is geworden, dat gezin is geen doorsnee gezin, met een vader die geen biologische vader is, zoals Matteüs het beschrijft. En, daar heb je het weer, juist dit gezin blijkt één van de pilaren onder de heilsgeschiedenis te zijn.
Dat vluchten zit heel diep in Jozef. Als er een probleem is, zegt alles in hem: ‘Wegwezen, jongens.’ Jozef zit te piekeren of hij en Maria niet beter in het geheim zouden moeten splitten. Het zit diep. Er is zelfs een engel voor nodig om Jozef van deze gedachte af te brengen. Die engel die hem verschijnt diep in de nacht, nadat Jozef na al z’n gepieker uiteindelijk dan toch net in slaap gevallen is. ‘Jozef,’ zegt de engel, ‘wees niet bang met Maria door het leven te gaan.’ “Neem haar in je armen, Jozef.’
Jozef luistert naar deze aanwijzing, die hij ervaart als een boodschap van de Allerhoogste. Jozef en Maria sluiten met elkaar een verbond, om elkaar trouw te blijven in goede en in kwade dagen. Niet alleen Maria, maar ook Jozef blijkt in het evangelie iemand te zijn, die meewerkt met het onverwachte en creatieve ingrijpen van God in onze levensgeschiedenis.

In de Bijbel, in de evangeliën is waakzaamheid een belangrijk thema. Als je dat een beetje te plechtstatig woord vind, kun je ook zeggen: houd je ogen open, want het is opletten geblazen. Waarop? Op de tijd waarin je leeft. Niet op wat vroeger nodig was, maar op wat nu belangrijk is. In de andere  Schriftlezing uit Jesaja, komt naar voren dat koning Achaz niets van oplettendheid wil weten. Achaz is doodsbang voor de geopolitieke machten die zijn kleine koninkrijk bedreigen. Maar hij sluit liever zijn ogen daarvoor. De situatie onder ogen zien, dat durft hij niet. Het is om die reden dat hij het aanbod van de profeet Jesaja afwijst. Het aanbod om een teken te krijgen, een teken des tijds. Waarop de profeet zegt: dan kríjg je een teken of je het nou wilt of niet. Dit is het teken. Er zal een jonge vrouw zwanger worden en ze zal een kind geboren laten worden. Het is een jongentje, dat gevoed wordt met boter en honing, totdat hij voldoende geleerd heeft om te kiezen. Boter en honing, die symbool staan voor goede voeding, zullen hem helpen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden. Dat zal zijn corebusiness zijn, waarmee hij ons zal helpen. Zijn moeder zal hem de naam Immanuel geven, wat een prachtige naam is, vol belofte. ‘God is bij ons,’ betekent dat. En het is deze naam, Immanuel, die ook weer terugkomt in het verhaal over Jozef uit het evangelie van Matteüs. Over Jezus, die geboren wordt, zullen ze zeggen: hij doet denken aan God die bij ons is: Immanuël. Dezelfde naam die nog een keer terugkomt in dit evangelie, maar dan helemaal aan het einde, in de allerlaatste zin van dat Bijbelboek. De naam Immanuël wordt daarin verbonden met de tijd waarin wij leven. Dit is de zin. ‘Houdt dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’ Het is Jezus, die opgestaan is uit de dood, die dit aan zijn leerlingen zegt.
         
Jozef is diep van binnen iemand die liever wil vluchten. En soms is dat vluchten nog noodzakelijk ook. Dat komen we een hoofdstuk verder tegen, ook in het boek van Matteüs. Nadat de drie wijzen bij koning Herdodes langs zijn geweest om te vragen waar de pasgeboren koning van de joden is en zij even later de jonge Jezus hun eer hebben bewezen, droomt bonusvader Jozef alweer over een engel. Een engel die hem zegt: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte, want Herodes heeft op jullie voorzien.’ ‘Sluit het kind en de moeder in je armen, Jozef!’
 

En zo zien we Jozef en Maria samen door het leven gaan. Dat zien we goed in de eerste tekening die de onlangs overleden illustrator Kees de Kort ooit maakte voor het Nederlands Bijbelgenootschap. Het was in 1964. Van een collega had hij gehoord dat het Bijbelgenootschap een wedstrijd uit had geschreven voor een nieuwe serie van boekjes voor kinderen met het Bijbelverhaal. De Kort hoorde ervan op de dag voordat de inzending sloot. Diezelfde dag maakte hij deze tekening en stuurde hem op. Over Jozef en Maria op reis naar Bethlehem. Kijk eens hoe Jozef eruit ziet. Met open ogen kijkt hij naar de toekomst waarnaar hij op weg is. Om ons te helpen dat vol goede moed ook te doen. Vol vertrouwen.

Jesaja 7, 10 – 17 en Matteüs 1, 18 - 25